Oostenrijk staat bij veel mensen nog steeds synoniem voor het “koelvloeistof drama uit het midden van de jaren ’80. In werkelijkheid overigens was dit het toevoegen van diëtyleenglycol, een alcoholsoort die de wijn wat meer body gaf. Helaas, aangezien het land sindsdien, mede veroorzaakt door een herstructering van de wijnindustrie, een enorme waliteitsvlucht heeft genomen op en wijngebied niet meer valt weg te denken.
Lees meer
Wie wel, in Oostenrijks, nieuwe niet-aflatende stroom van intens, zuivere en ‘rassige’ wijnen is geïnteresseerd, zal het al snel duidelijk worden dat er wel het een en ander is veranderd. Sterker nog, voor kwaliteitswijnen is chaptalisatie (suiker toevoegen aan de most) zelfs verboden. (Terwijl dit in veel delen van frankrijk nog gemeengoed is- sic-)
De Oostenrijkse wijngaarden liggen al veel dichter bij de evenaar dan die van de Duitse buur en daarnaast is het klimaat nog extremer. Dit geeft wat hogere alcoholgehaltes maar worden opgevangen door de grotere smaakintensitet en concentratie van de wijnen. De gemiddelde opbrengsten zijn ook beduidend lager dan zijn Duitse buur. 70% van de Oostenrijkse druiven zijn wit en daarbinnen is de grüner veltliner de meest voorkomende druivensoort, die in meer dan een derde van het wijnareaal wordt verbouwd. Grüner Veltliner maakt een wijn met volop zuren en een smaak die veel citrusfrisheid en een toets van groene kruiden heeft. Een wijn die bij uitzonderlijk veel gerechten past. Daarnaast wordt ook veel Riesling aangeplant die meestal strakdroog wordt uitgevinifieerd. Blauwe rassen worden steeds populairder en die zowel als cépage -en cuveewijnen opleveren. Hierbij moeten we denken aan de typische Oostenrijkse variëteiten: Blaufrankisch, St. laurent en de Zweigelt.
Minder